Een oude man die niets van waarde had, stierf in een verpleeghuis. Tijdens het schoonmaken, zag een van de verpleegsters DIT!

0
4804

Over de hele wereld zijn vele verpleeghuizen waar ouderen en zieke mensen tijdelijk of voor altijd wonen. Niemand herinnert zich hen meer erg duidelijk! Sommige mensen hebben geen familie, anderen belanden er omdat hun dierbaren hebben besloten ze naar deze trieste plaats te sturen, in de hoop dat ze beter af zullen zijn dan thuis. Het personeel en de verpleegkundigen hebben het vaak zo druk met hun werk, dat ze geen gelegenheid hebben de mensen die er verblijven te leren kennen.
Ze hoeven geen nauwere relaties met hen te hebben en zijn niet geïnteresseerd in wat ze in hun vrije tijd doen. Dat is jammer, want soms kun je heel veel interessante dingen over hen te weten komen. Mak Filiser stierf op de geriatrische afdeling van een verpleeghuis. Toen het tijd was zijn kamer schoon te maken, zag een van de verpleegkundigen een gedicht met de titel “De Humeurige Oude Man.”
De inhoud ervan was boeiend en raakte haar behoorlijk. Ze besloot om een paar kopieën te maken en ze onder de medewerkers te verspreiden. Kijk maar wat deze patiënt schreef!

Humeurige Oude Man

Wat zie je zuster? Wat zie je?
Wat denk je als je naar mij kijkt?
Een humeurige oude man, niet zo erg slim.
Onzeker met vochtige ogen in de verte starend.
Die over zijn eten kwijlt en geen antwoord geeft.
Wanneer jij met luide stem zegt: ‘Ik zou willen dat je probeert!’
Die de dingen die jij doet niet lijkt op te merken.

Altijd een sok of een schoen kwijt zijn.
Waar je zonder verzet mee kunt doen wat je wil.
Tijdens het baden en voeden, een hele lange dag.
Is dat wat je denkt? Is dat wat je ziet?
Open dan je ogen, zuster, je kijkt niet naar mij.
Ik zal je vertellen wie ik ben, terwijl ik hier zo stil zit.
Terwijl ik doe wat je zegt, terwijl ik eet als jij het wilt.

Ik ben een kind van Tien, met een vader en moeder.
Broers en zusters die van elkaar houden.
Een jongen van Zestien met vleugels aan zijn voeten.
Dromend dat hij spoedig een geliefde zal ontmoeten.
Een bruidegom die weldra Twintig zal zijn en mijn hart doet een sprong.
Herinner me de geloften waaraan ik heb beloofd me te houden.
Met Vijfentwintig heb ik nu zelf kinderen.

Die me nodig hebben voor advies en een veilige thuis.
Een man van Dertig, mijn kinderen zijn al snel gegroeid.
Gebonden met banden die moeten blijven.
Al Veertig nu, en mijn zonen zijn opgegroeid en verdwenen.
Maar mijn vrouw staat naast me om te zorgen dat ik niet rouw.
Met Vijftig spelen eens te meer de baby’s op mijn knie.
Wederom kennen we kinderen mijn geliefde en ik.
Donkere dagen komen, mijn vrouw is nu dood.

Ik kijk naar de toekomst, ik huiver van angst.
Want mijn kinderen hebben zelf kinderen om groot te brengen.
En ik denk aan de jaren, en de liefde die ik heb gekend.
Ik ben nu een oude man en de natuur is wreed.
Het is een scherts om een oudere voor gek uit te maken.
Het lichaam brokkelt af – de gratie en kracht is weg.
Er zit nu een steen, waar ik eens een hart had.
Maar binnenin dit oude karkas woont nog steeds een jonge man.
En zo nu en dan zwelt mijn gehavende hart.

Ik herinner de vreugde, ik herinner de pijn.
En ik heb weer lief en leef het leven weer opnieuw.
Ik denk aan de jaren, veel te weinig, veel te snel.
En accepteer het trieste feit dat niets eeuwig kan duren.
Dus open je ogen mensen – open ze en kijk.
Geen humeurige oude man.
Kijk nog wat beter – zie MIJ!!

DELEN